'Thinking about your Thinking': meta-cognitie en critical thinking

‘Meta-cognitie’ (ofwel: kennis, inzicht in het eigen leerproces en het kunnen toepassen van kennis) helpt mensen om planmatig en gecontroleerd te werk te gaan. Hoe beter mensen in staat zijn om na te denken over hun eigen mentale activiteiten, hoe groter de opbrengst is die voortvloeit uit plannen, monitoren, evaluatie, zelfreflectie, procesbewaking en taakoriëntatie (Veenman, 2015). Diverse studies wijzen op een sterke correlatie met Critical Thinking: het trainen van Critical Thinking draagt direct bij aan de meta-cognitieve vaardigheden van een professional.

Tegenwoordig dienen professionals steeds vaker en sneller beslissingen te nemen in een wereld die steeds meer VUCA* wordt. Critical Thinking ontstaat wanneer iemand zijn of haar cognitieve vaardigheden actief gebruikt om informatie en argumentatie te evalueren (Mayer & Goodchild, 1990; Beyer, 1984).  Meta-cognitie ontstaat wanneer iemand actief denkt over het eigen denken (‘cognitie over cognitie’), en bestaat uit twee componenten: feitelijke kennis (1), bestaande uit persoons-, taak- en strategiekenmerken (Flavell, 1979), en aansturing van en controle over het eigen cognitieve systeem (2).

Voorbeeld:
Een professional kan over zichzelf (persoonskenmerk) denken dat hij/zij prima in staat is om feiten van meningen te onderscheiden (taakkenmerk) en dat het voor hem/haar niet nodig is om een training over Critical Thinking te volgen (strategiekenmerk). Omgekeerd kan een andere professional ook denken dat hij/zij nogal eens aannames als vaststaand feit ziet en dat een training over Critical Thinking nuttig kan zijn. De eerste professional zou wel degelijk een verkeerde beslissing kunnen nemen omdat hij/zij een te groot vertrouwen heeft in zichzelf, terwijl de tweede professional een betere Critical Thinker is dan hij/zij denkt. Het gaat bij meta-cognitieve kennis dus niet om kennis die per definitie correct is, terwijl die kennis wel invloed heeft op het gedrag.

Het hebben van juiste meta-cognitieve zelfkennis is echter nog geen garantie dat een professional zijn/haar gedrag hierop aanstuurt. De tweede professional kan weliswaar de intentie hebben om een Critical Thinking training te volgen, maar kan om diverse redenen (onvoldoende motivatie, belangrijkere alternatieve activiteiten) besluiten om hier geen gevolg aan te geven. Hier komt de tweede component – metacognitieve vaardigheden – om de hoek kijken. Vaardigheden als plannen, monitoren, doelen stellen, evaluatie, zelfreflectie en procesbewaking reguleren het leergedrag en bepalen daarmee rechtstreeks het rendement van het gedrag van een professional.

Uit diverse studies is gebleken dat meta-cognitie sterk gecorreleerd is met Critical Thinking (Magno, 2010; Schoen, 1983; Halpern, 1998), waarbij de mate van zelfregulatie gezien kan worden als grote overeenkomstige factor. Immers, de mate waarin iemand een goede Critical Thinker is, is afhankelijk van de mate waarin iemand inzicht heeft in zijn of haar eigen denkproces. En omgekeerd geldt: hoe sterker de meta-cognitieve vaardigheden zijn van een professional, hoe beter hij of zij in staat zal zijn tot Critical Thinking.

Met andere woorden: het trainen van Critical Thinking zorgt er dus niet alleen voor dat een professional leert om feiten van aannames te onderscheiden, argumentatie te evalueren en op basis daarvan conclusies te trekken, maar draagt ook bij aan het vermogen om te plannen, doelen te stellen, processen te bewaken en voldoende zelfreflectie toe te passen.

*VUCA = Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiguity